Marcel Soppe

Werkervaring

2012 - heden

advocaat (vennoot) bij Soppe Gundelach advocaten

2016 - heden

plaatsvervangend voorzitter van de Commissie van Advies voor Bezwaarschriften en Klachten provincie Gelderland (lid vanaf januari 2016, plaatsvervangend voorzitter vanaf juli 2019)

2015 - heden

geassocieerd medewerker Universiteit Utrecht

2000 - 2012

advocaat bij KienhuisHoving advocaten en notarissen (vanaf 2006 als vennoot)

1994 - 2000

assistent in opleiding respectievelijk docent/onderzoeker bij de disciplinegroep Staats- en Bestuursrecht, Universiteit Utrecht

Opleiding

2005

Universiteit Utrecht, gepromoveerd op de dissertatie “Milieueffectrapportage en ruimtelijke ordening;
Een juridische beschouwing over het (dis)functioneren van het instrument milieueffectrapportage in de ruimtelijke ordening”

1994

Universiteit Utrecht, doctoraal Nederlands recht

Nevenactiviteiten

Lidmaatschappen

  • VAR Vereniging voor Bestuursrecht
  • Vereniging voor Bouwrecht
  • Vereniging voor Bouwrecht Advocaten
  • Vereniging voor Agrarisch Recht
  • Vereniging voor Milieurecht
  • Vereniging van Milieurecht Advocaten

Publicaties

Projecten

Blogs

  • Geschreven op 27 september 2018

    Vanwege een wijziging van het Besluit mer gelden er vanaf 7 juli 2017 procedureregels voor de ‘vormvrije’ mer-beoordeling. Omdat de wijziging geen overgangsrecht bevatte, is bij veel lopende bestemmingsplanprocedures geen correcte uitvoering gegeven aan dat gewijzigde Besluit mer. De uitspraak ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, laat zien dat dat in beginsel niet leidt tot vernietiging van het bestemmingsplan. Verder maakt deze uitspraak duidelijk dat de mer-beoordelingsbeslissing voor een bestemmingsplan naar eigen keuze zowel door de raad als door het college van B&W mag worden genomen. Hierover bestonden in de praktijk nogal eens twijfels.

  • Geschreven op 25 juli 2018

    In het kader van een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) wordt getoetst of het opstellen van een milieueffectrapport nodig is. De uitspraak ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, laat zien dat een bevoegd gezag mag oordelen dat een MER nodig is vanwege de (mogelijke) gevolgen van endotoxinen. Dit, terwijl er nog onduidelijkheden zijn over het toetsingskader endotoxinen en de gevolgen daarvan voor de volksgezondheid.

  • Geschreven op 20 juli 2018

    Zandwinning onder water telt niet mee bij het bepalen van de mer-(beoordelings)plicht. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling van 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986.

  • Geschreven op 16 maart 2018

    Op 16 maart 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een voor de grondexploitatiepraktijk een belangrijke uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2018:903). De Afdeling heeft daarin voor het eerst en ten principale antwoord gegeven op de vraag hoe de raming van de waarde van gronden in een exploitatieplan moet geschieden voor een zogenoemde, buiten het exploitatieplangebied gelegen,  ‘bovenwijkse voorziening', als die gronden voorafgaand aan de vaststelling van een exploitatieplan zijn verworven. De Afdeling moest daarbij een keuze maken tussen de werkelijke kostenbenadering (bepaling van kosten op grond van het daadwerkelijk voor de gronden betaalde bedrag) en de taxatiebenadering (raming van kosten op grondslag van taxatie ex artikel 6.13 lid 5 Wro). In deze uitgebreid gemotiveerde uitspraak kiest de Afdeling voor de taxatiebenadering.

  • Geschreven op 16 maart 2017

    Voor de beantwoording van de vraag of voor een bestemmingsplan een m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat op grond van artikel 7.2 lid 1 Wet milieubeheer en het Besluit mer, is het van belang van welk referentiekader moet worden uitgegaan. Mag je uitgaan van een planologische vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan? Of moet je een vergelijking maken met de (legaal) bestaande feitelijke situatie?